Interview Kim Duchateau
Het onderstaande interview met Kim Duchateau kunt u lezen als een aanvulling op het interview in Myx nr. 43 (april 2007).
Door Robin Schouten
Je hebt vier jaar een opleiding gevolgd als animatiefilmer in Gent. Waarom had je voor deze opleiding gekozen? Heb je daar nog iets mee gedaan?
Ik dacht dat met strips geen brood te rapen was. Dat werd beweerd. En animatiefilms vond ik uiteraard ook zeer interessant, ik ben een groot liefhebber. Van Tex Avery tot Jan Svankmajer. Ik vond het echter nogal veel werk, ik had een jaar intens aan amper zes minuten tekenfilm gewerkt. Dat ging me niet snel genoeg, de ideeën dropen uit mijn hoofd en ik zat na acht maanden nog altijd datzelfde verhaal af te werken. Met strips kun je je ideeën sneller kwijt en vlugger van het een naar het ander gaan. Bovendien was het werk dat ik kort na mijn studies vond in de animatiesector zeer saai. Decors van andere tekenaars uitwerken, tussentekeningen van figuren tekenen die anderen bedacht hebben. Ik wou mijn eigen personages bedenken, mijn eigen verhalen en grappen verzinnen, niet die van andere uitwerken. Maar misschien maak ik nog wel ooit eens een animatiefilm, ik sluit niks uit. Ik vind het nog steeds een fantastisch medium. En het beweegt nog altijd meer dan strips, hè?
Heb je ook een tekenopleiding gevolgd of heb je alles zelf geleerd door het vaak te doen?
Nee, geen opleiding. Gewoon dag in dag uit getekend, ik had de microbe. Mijn vader is tekenleraar, dus je kunt misschien wel zeggen dat ik thuis mijn privé-lessen kreeg. Al was ik daar niet altijd mee opgezet als puber. Een zestienjarige wil geen bemoeienissen van zijn ouders wat betreft zijn hobby. Dus ben ik ook muziek gaan maken, daar hadden ze geen verstand van. Ik maak nog steeds muziek en dat is iets wat ik eigenlijk even graag doe als tekenen.
Vind je jezelf een geboren humorist?
Nee, ik ben niet zo ijdel of zeker van mezelf dat ik me een geboren humorist zou noemen. Ik denk dat ik de zaken ietwat anders of met een schever oog bekijk dan de meeste mensen. Of met meer detail? Ik neem mezelf ook niet zo vreselijk ernstig en bots vaak met mensen die dat wel doen. Soms gaat dat fout, soms wordt dat humoristisch.
Zoek je met je grappen de grenzen op van het toelaatbare?
Ik ga niet specifiek op zoek naar grenzen, die kom je vanzelf tegen. En het is leuk om er soms licht over te gaan, net op de rand balanceren. Maar hoe het ook zij, het moet in de eerste plaats grappig zijn. Maar gewoon choqueren is heel makkelijk, iedereen kan wel heel snel iets verzinnen waarvan hij of zij weet dat het niet gepikt zal worden door de meeste mensen. Ik persoonlijk vind dat je met alles mag lachen. Ik doe niet aan uitsluiting. Je moet consequent zijn, ofwel lach je met alles ofwel met niets. Maar... het moet grappig zijn, anders laat je het beter achterwege.
Zijn er weleens strips van je geweigerd omdat ze te bijvoorbeeld te hard waren?
Natuurlijk wel. En nog regelmatig, al is het wel iets minder dan vroeger. Ik bespaar je de waslijst voorbeelden.
Ooit gedacht een 44-pagina strip te tekenen? Of hou je meer van het kortere werk?
Vroeger maakte ik langere strips, en toen ben ik daar vanaf gestapt omdat ik het plezieriger vond om korte dingen te maken, dat is afwisselender. Maar de laatste tijd denk ik vaak aan het feit dat ik eens een lang verhaal wil maken. En dan wel liefst een héél lang verhaal dat zich in 140 delen uitstrekt.
Je tekent ook strips voor het Franse stripblad L'Echo des Savanes?
Dat ligt ondertussen even stil want L'Echo is op zoek naar een nieuwe uitgever voor hun maandblad. Dus ik weet nog niet wat te verwachten daaromtrent. Ze publiceerden Esther, dat was ook wel het meest gepast voor dat blad. Ze gingen ook een album van haar uitbrengen, dat komt er misschien nog wel, al ga ik er niet op zitten wachten. Er zouden ook geen kabouters of bloopermachine in voorkomen, want dat begrepen ze niet zo goed. Of ze konden er gewoon niet mee lachen, die Fransen.
Waarom besteed je zoveel aandacht aan de letteringen in je strips?
Dat is gewoon per ongeluk gegaan. Ik ben daar ooit uit verveling mee begonnen en ben daar nooit meer vanaf geraakt. Ik zie steeds meer lettering met de computer gebeuren. Voor mij is de lettering onderdeel van de tekening, ze staat tenslotte verweven doorheen het beeld, dus het moet er bij aansluiten. Zo'n stijve computerletter wringt dikwijls met de tekenstijl.
Met scenarist Pieter van Oudheusden heb je voor Zone 5300 de surrealistische strip Comeback gemaakt, in 2002. Wil je nog meer van dit soort strips tekenen?
Ik bedenk het liefst mijn eigen scenario's, zoals ik altijd doe. Maar tekenen op andermans scenario is leuk om de eentonigheid te verdrijven of gewoon omdat het ook fijn kan zijn om iemand anders hersenspinsels uit te tekenen. Dat is ook wel verrassend omdat je, wanneer je alles zelf bedenkt, al op voorhand weet wat je gaat tekenen. Maar pas op, ik ben een moeilijke: als ik het niet goed vind, doe ik het niet. Mensen sturen wel eens grappen op en die zijn zelden goed. Maar als iemand met een geweldig goed idee of scenario afkomt waarvan ik denk 'verdomme, dat ik dat zelf niet bedacht heb!', zou ik dat met alle plezier tekenen, vermoed ik.
Je bent erg veelzijdig. Behalve als tekenaar van strips en cartoons ben je ook altijd actief geweest als muzikant. En je schildert en schrijft. Wat doe je het liefst?
Ik doe dat allemaal even graag, dus dat slorpt enorm veel tijd op. Tekenen blijft toch de hoofdactiviteit. Met muziek ben ik niet professioneel bezig, dat maakt het ook minder ongedwongen. Het is trouwens toch muziek waar je moeilijk of niet mee aan de bak komt, vreemde muziek met een hoek af . Een beetje gelijk aan mijn strips eigenlijk, ikzelf zie niet zo'n groot verschil tussen die twee, het komt tenslotte uit hetzelfde hoofd. We hebben een klein schare fans met onze groepen. Maar we amuseren ons wel. Muziek is zeer belangrijk voor mij. En ook een grote inspiratiebron voor mijn tekenwerk. Ik koop nog steeds veel platen van de meest obscure groepen.
Met Tom Bouden heb je samengewerkt aan de strip Herman de lichtrode ridder. Je schreef en tekende deze strip samen met Bouden. Gaat deze samenwerking nog een vervolg krijgen? Of plan je een samenwerking met een andere stripauteur?
We hadden nog plannen voor een verstripping van Baron van Munchhausen. Misschien komt dat er nog ooit van, maar voorlopig niet. Nu heb ik daar geen tijd voor. Met Bart Schoofs ben ik tijdens een gezamenlijke vakantie in Tsjechië een strip begonnen waar we beurtelings het plaatje afwisselden. Dat is voorlopig gestrand, tezamen met onze thuiskomst. Jammer, want het was de moeite. Net als met Maaike trouwens, met haar ben ik ook ooit een redelijk absurde strip gestart. We hadden al bijna drie pagina's. Ik wacht al meer dan twee jaar op haar volgende plaatje. Ook met Lamelos waren er plannen maar blijkbaar gaat eigen werk toch voor bij iedereen. En ik heb een paar jaar terug met Kamagurka, Jeroom en Steve Michiels een soort van action-painting gedaan in de Vooruit te Gent, dat was wel dynamiet.
Vind je dat je samen met bijvoorbeeld Nix deeluitmaakt van een nieuwe generatie stripmakers in België die de jarenlange hegemonie van Kamagurka hebben verdreven?
Waarom zou dat moeten? Ik vind Kamagurka nog steeds goed, hoor. Hij was niet de allereerste die met dat soort humor aan kwam zetten. Denk maar aan Topor, Wolinski, Monty Python, Wim T. Schippers of zelfs de Marx Brothers, maar hij was wel de eerste die het in België introduceerde. Tekenaars zoals Nix, Jeroom, Bart Schoofs, Steve Michiels en ik horen dan misschien wel in de volgende generatie thuis en wij bedienen ons ook van absurde humor, een beetje in dezelfde lijn maar toch anders. Ondertussen zit Kama tegenwoordig weer op een ander niveau met zijn schilderijen, zijn zéér surrealistische cartoons en bijna een combinatie van die twee.
www.kimkrampen.be